ULTIEME REIS.
Al uwe reizen, waar ook heen
met goed of slecht gezelschap
een ieder voer aan u voorbij,
uw laatste reis reist gij alleen.
Maar ziet... een helder stralend licht
Het neemt u bij de hand
Het zegt: "Kom maar tot mij m'n kind,
Ge hebt uw opdracht, naar vermogen,
Goed verricht.
Maar 'k weet niet van een opdracht Heer
Mij is nooit iets verteld.
"En toch m'n kind, hebt ge gedaan
waartoe Ik u
in wijsheid heb gesteld.
"Ge zijt gestruikeld en gevallen
Maar 'k heb u steeds weer opgericht
opdat ge in uw onvermogen
Toch weer trompetten hoorde schallen"
"Ik weet het wel...
't zijn grove fouten die ge hebt geweven
maar gij zijt mens en Ik ben God
en daarom heb ik het
U grotelijks vergeven"!
G.J. Toornvliet